Lolcke Gerrits

De stamvader van de Familie van der Kolk

en vele andere katholieke families in Friesland.

Verkorte samenvatting van het artikel “Lolcke Gerrits, Koning van Wartena” door S.J. Schaafsma uit Wolvega in Gens Nostra XLVIII (1993) pagina 286 e.v.

Tastbare geschiedenis in het Catharijnen Convent in Utrecht.

bla Lolcke Gerrits (1668-1755) mag met zijn geuzennaam “De koning van Wartena” gezien worden als de stamvader van vele katholieke Friesche families. Als vermogend standvastig katholiek was hij in zijn tijd een bekend kofschipper, reder en weldoener. Hij en zijn familie bevoeren de zeeën van de Oostzeehavens naar de Italiaanse havens in de Middelandse zee en im- en exporteerden ze de lokale specialiteiten. Op die manier droegen ze bij aan de Gouden Eeuw in Holland.

Lolcke Gerrits erfde zijn vermogen in landerijen, boerderijen, werven en watermolens. Aan het Vliet in Leeuwarden, waar zijn nazaten zich vestigden, bezaten hij en zijn familie pakhuizen en een eek (azijnmolen). Ook verstrekte hij leningen.
In Wartena werkte hij veel samen met Bocke Abes, een kofschipbouwer, reder en helingbaas.
Toch wordt hij ook wel als een lastig en moeilijk man omschreven die de drank en vechtpartijen tot op hoge leeftijd niet uit de weg ging. Een ruwe bolster met een blanke pit waar we tot op zekere hoogte trots mogen zijn.
Echter al tijdens zijn leven moest hij zijn activiteiten verleggen omdat de vaargeulen naar Harlingen en Dokkum verzandden en de havens onbereikbaar werden. De concurrentie met Amsterdam werd te groot.
Een paar maanden nadat hij zijn kofschip “Rex Ludovicus” na zijn laatste reis door de Sont moest verkopen stierf hij op 87-jarige leetijd in 1755 in Wartena.

Lolcke Gerrits voer regelmatig met zijn kofschip vol met handel naar de Oostzee. Hij moest daarbij de Sont passeren en tol betalen aan de Koning van Denemarken.
De Sont is de enige smalle doorgang naar de Oostzee tussen Denemarken en Zweden. Op de tekening de Sont met het nu nog bestaande Kasteel Kronborg bij Helsingor van waaruit de doorgang bewaakt werd en de tol geïnd. In de onlangs gedigitaliseerde Sontregisters werd iedere passage geregistreerd.
Zie verder Sonttolregisters
(nog verder uitzoeken of  Lolcke  Gerrits hier inderdaad te vinden is)

Van de grootvader van Lolcke Gerrits (Lolcke Hessels, 1610-1672) is veel informatie terug gevonden. Zijn vermogen werd verdeeld over zijn zonen Gerrit Lolckes en Hessel Lolckes. Hoewel onze Lolcke Gerrits al in 1668 werd geboren werd het huwelijk tussen zijn vader Gerrit Lolckes en moeder Gerbrigh Rinses pas in 1699 formeel gesloten. Ongetwijfeld vanwege de vererving van de enorme rijkdom moest het in concubinaat levende paar officieel bevestigd worden. Het kerkelijk huwelijk werd mogelijk al rond 1660 door een rondreizende priester in de schuilkerk in de Lytse Mar bij Wartena gesloten. Aangenomen mag worden dat Lolcke Gerrits in een gouden nest werd geboren.

Naast vele notariele aktes, processen etc. waaruit zijn invloed blijkt, is er van “De Koning ” een mooie tastbare herinnering heden te dage nog aanwezig in het Catharijnen Convent in Utrecht. Als recalcitrant katholiek in Friesland met een protestante overheid had Locke Gerrits een Golgotha afbeelding in de gevel van zijn huis in Wartena aangebracht. Jesus Christus aan het kruis en zijn Moeder Maria. Niet duidelijk is of naast hem ook zijn geliefde Maria Magdalena of zijn neef Johannes de Dooper is uitgebeeld.
Op last van de protestante overheid heeft hij dit gevelbord moeten verwijderen waarna het lange tijd in de kelder van de katholieke kerk in Warga heeft gelegen. Later is het in het Friesch Museum in Leeuwarden terechtgekomen. In 1947 werd het terug gevonden en herkend. Later is het overgebracht naar het Catharijne Convent in Utrecht. Het wandbord is daar gerestaureerd en tentoongesteld. En daar hoort het ook, denk ik.

Foto boven : het gevelbord in het Catharijnen Convent Utrecht (Bart van der Kolk 1989)
Op de kleine foto rechts het gevelbord zoals het voor de restauratie een paar honderd jaar in verschillende kelders lag.

Dat Lolcke Gerrits overtuigd was van zijn status en zichzelf arrogant zijn bijnaam heeft aangemeten blijkt bovendien uit de naam van zijn schip “Ludovicus Rex”, de Latijnse vertaling de heilig verklaarde Koning Lodewijk van Frankrijk. Lolcke is de Friese versie van die naam.
Zoals vaak gebruikelijk in die tijd werd als doopnaam de Latijnse versie aangehouden. Als patroniem (tweede naam) werd de naam van de vader gegeven . Een mooi houvast voor latere genealogen.

Lolcke Gerrits trouwde omstreeks 1693 met Anna Gosses. Zij werd geboren in Wartena in 1672 en stierf op 30 augustus 1766 op de voor die tijd zeer hoge leeftijd van 94 jaar na een “smertelijk lijden”. Haar leedbrief is bewaard is gebleven. Zie hieronder.
Van de 12 kinderen is Hessel Lolckes voor het nu bekende nageslacht de belangrijkste.
Van de andere kinderen is mij nog weinig bekend.

Hessel Lolckes trouwde in 1730 met Adriaantje Ages (1712-1786). Hun dochter Marijke Hessels (1735-1811) trouwde in 1764 met de meester scheepstimmerbaas Bôte Abes (1733-1803), een kleinzoon van Lolcke Gerrits.

Leedbrief bij het overlijden van Anna Gosses.

“Het heeft God Aalmagtig behaagd onze beminde Moeder en Grootmoeder, Anna Gosses, wed. wijlen Lolke Gerrits, in de ouderdom van 94 jaaren 4 maanden en 2 dagen, op zaturdag de 30 augustij 1766 te 5 Uur na Noen, door een langduurige en smertelyke Bedlegering en verval van levenskragten, ten laatste verzeld van hevige pijnen, uit dit tijdelijke Leven op te eischen, en zo wy hopen in de glukkige Eeuwigheid over te voeren. De overledene hadde 63 jaar en ruim 8 maanden met wylen voorsz. haar Man in ’t Huwelijk geleefd; wed. zedert 30 augustus 1755, zijnde moeder geweest van 12, grootmoeder van 63 en overgrootmoeder van 68, te zamen 143 Kinderen”.