De Helling

K3-Bôte Hessels van der Kolk (1804-1866) trouwde in 1842 in Wartena met Hinke Lucas Sinnema (1819-1894) en zij kregen daar 7 kinderen. In de 60-er jaren van de 19e eeuw verplaatsten vader Bôte en zijn zonen Hessel en Lucas hun activiteiten steeds meer naar Leeuwarden in de buurt van de Dokkumer Ee. Voordat ze uiteindelijk op hun werf “De Helling” terecht kwamen woonden ze o.a. in de Houtstraat en in de nabijgelegen wijk Oldegalileen.
Vader  Bôte Hessels zal daar niet lang meer geleefd hebben want hij overleed al in 1866. Zijn zonen zetten het bedrijf voort terwijl hun moeder, de weduwe Hinke Lucas Sinnema bij de werf bleef wonen. In 1894 overleed ze in het Ritske Boelema Gasthuis aan de Tweebaksmarkt in Leeuwarden.

Verrassend was de ontdekking dat Bôte de naam “De Helling” vanuit Wartena naar Leeuwarden heeft meegenomen. Helling is het Friese woord voor werf. Op de plaats waar Bôte zijn helling in Wartena had bevind zich nu nog steeds een reparatiewerf voor de moderne watersport met dezelfde naam. Zijn schuur is omgebouwd tot een horeca gelegenheid met een kleine jachthaven in het centrum van Wartena  It Skûthûs.
In Leeuwarden aan de Dokkumer Ee dragen de therapeutische GGz reparatiewerf en een vleugel van het nieuwe St. Jozef zorgcentrum nog steeds die naam.

Hessel en Lucas van der Kolk kochten op 18 september 1899  “huizinge no.5 en scheepstimmerwerf aan de Dokkumer Ee “  voor 5487 gulden van dhr. Westerhuis na diens faillissement. Daarvoor huurden ze de werf van dhr. Westerhuis.
Een week na het overlijden van Lucas van der Kolk wordt de boedel van de  voormalige scheepstimmerwerf op vrijdag 23 februari 1917 publiekelijk verkocht. Het terrein verviel aan de gemeente Leeuwarden die er de naastgelegen gemeentewerf mee uitbreidde.

Van de Helling is alleen bovenstaande tekening is bekend.  In het midden de scheepswerf met het huisje en de schuur van de Hessel en Lucas van der Kolk. Rechts op de tekening de nu nog bestaande manege van de helaas afgebroken marechaussee kazerne. De manege is nu in gebruik bij het Stedelijk Gymnasium als bibliotheek en studiezaal.
Onderaan deze pagina is op de complete tekening te zien hoe de werf ligt in de bocht waar de Dokkumer Ee naar het oosten afbuigt.

Plattegrond van de omgeving van “De Helling” in 1907 recht tegenover de Eebuurt.

Bewaarschool (5)                                Gemeenteschool (6)
Manege (8)                                          Stedelijk gymnasium (9)
Marechausseekazerne (10/11/12)   Militair Hospitaal (13)

Links De Wetstraat waar Bôte Hessel van der Kolk vanaf 1937 woonde.
De Noorder Plantage is nog niet via de Noorderbrug aangesloten op de Spanjaardslaan

Gemeentewerf aan de Dokkumer Ee

De bovenstaande foto van een houtveiling op de gemeentewerf aan de Dokkumer Ee.  Geen echte scheepswerf maar een opslagplaats van bouwmaterialen en straatmeubilair. De foto moet van na 1884 zijn. Op de achtergrond de gashouder van de gasfabriek die in 1884 werd uitgebreid waardoor de gemeentewerf naar de Dokkumer Ee verhuisde. Rechts op de foto Gemeenteschool no. 7 aan de oude Eestraat die pas in de 80 er jaren werd gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe St. Jozef zorgcentrum.
Omdat in die tijd Hessel en Lucas van der Kolk hun scheepstimmerwerf (achter de gemeenteschool) aan de Dokkumer Ee hadden is het dus best mogelijk dat zij onherkenbaar op deze foto van de houtveiling staan.

Handel en wandel op de Helling.
Van het leven op de scheepswerf is niet veel bekend. Alleen een foto van Lucas van der Kolk en zijn gezin is gevonden. Er kunnen dus alleen maar aannames gedaan worden vanuit de concrete gegevens in de archieven. Met verder onderzoek in de notariële en gerechtelijk archieven is er misschien nog wat meer te ontdekken.

Of het Rijke Roomsche familie-leven op “De Helling” ook een financieel rijk leven is geweest valt te betwijfelen. Vermoedelijk hebben de beide broers veel concurrentie gehad van de veel grotere werf “De Hoop” (voorheen Regt en Krom) van De Roos en van de Heijden  verderop aan de Dokkumer Ee gelegen. Uit diverse advertenties in de Leeuwarder Courant van die tijd blijkt dat de broers Hessel en Lucas later allerlei negotie dreven die buiten de scheepsbouw lagen. Waarschijnlijk tweedehands bouwmaterialen zoals straatstenen, hout en dakpannen. Mogelijk hadden ze contacten met de nabij gelegen gemeentewerf en opslagplaats en de houtveiling.

Er mag worden aangenomen dat de werf niet floreerde en dat daarom de meeste kinderen andere beroepen en woonplaatsen zochten. Tot in Brabant en Limburg.
Waarschijnlijk waren er ook hoge kosten voor de beroepsopleidingen voor de dochters en het levensonderhoud van Geertruida in het RK psychiatrisch ziekenhuis in Venray.
Bijzonder dramatisch moet zijn geweest dat de mogelijk failliete boedel van de scheepswerf een week na het overlijden van Lucas in 1917 is geveild en verkocht. Zelfs voor zijn graf op de Katholieke Begraafplaats aan de Harlingersstraatweg was nauwelijks geld. Slechts een kleine steen is er te vinden. Zijn weduwe Geziena Anna Kortrijk woonde daarna nog tot haar dood in 1931 in de Kruisstraat op de hoek met de nu gedempte Keizersgracht naast de Blokhuispoort gevangenis. Ik kan mij herinneren dat mijn vader over zijn grootmoeder vertelde dat hij boodschappen voor haar moest doen.

De verwaarloosde grafsteen van Lucas Bôtes van der Kolk op het RK Kerkhof aan de Harlingerstraatweg. Inmiddels is de steen schoongemaakt en beter leesbaar. Het graf is echter na een herinrichting van het kerkhof verdwenen.

 

 

Tekening / foto van de Helling
De complete tekening van de werf in de bocht in de Dokkumer Ee laat links de Dokkumer Ee zien richting Dokkum en aan de rechter kant richting Hoekster end.

Rechts onder op onderstaande tekening is onduidelijk de naam “AC Hofka…..” te ontwaren. Dit zou Anna Casperina Hofkamp (1882-1934) kunnen zijn, een ongehuwde dochter van architect Willem Carel Adriaan Hofkamp (1850-1924), de directeur van de Gemeente Werken in Leeuwarden van 1894 tot 1916 (bron Wikipedia). Omdat de gemeentelijke opslagwerf vlak bij de werf van de gebroeders van der Kolk lag heeft zij misschien de Eebuurt met ‘De Helling” als onderwerp gekozen. Ontegenzeggelijk heeft ze daarbij gebruik gemaakt van een panorama foto die door een onbekende fotograaf is genomen. Midden op de foto zijn vaag een paar dames / meisjes in witte jurken zichtbaar . Wie zouden dit kunnen zijn?

Mijn eerdere veronderstelling dat beide tekeningen/schilderijen van de zelfde hand zijn kan dan moeilijk waar zijn. De maker van de tekening van de Eebuurt en Camstraburen (<1859) is dan ook voorlopig onbekend. Alhoewel ze beide wel zeer gedetailleerd zijn.

naar top